leefgeld

Heb ik recht op leefgeld en, zo ja, hoeveel?

Een veel gestelde vraag en een onderwerp waarover vaak problemen ontstaan. Heb ik recht op leefgeld, en zo ja, hoeveel?

Uw bewindvoerder regelt uw financiële zaken en heeft hiervoor opdracht gekregen van de rechtbank. De opdracht van de rechtbank houdt in dat wij allereerst uw inkomsten regelen (loon/salaris, pensioen, uitkering, toeslagen, kinderbijslag). En vervolgens uw vaste lasten (huur, energie, water, zorg- en WA-verzekering) betalen en – in overleg met u – de zelf gekozen vaste lasten (TV/internet, telefoon, gemeentelijke belastingen, uitvaartverzekering e.d.).

Voor cliënten in een instelling is de situatie vaak wat anders. Voor hen wordt een (groot) deel van hun inkomen aan het CAK betaald in het kader van de Wet langdurige zorg. Maar een deel van de vaste lasten is niet van toepassing.

In bijna alle gevallen blijft er dan nog een bedrag per maand over. Daarvan willen we een klein deel reserveren voor onvoorziene kosten (reparaties/vervanging apparatuur, eigen risico zorg e.d.). Wat er dan overblijft is normaliter beschikbaar voor het leefgeld en dat wordt dan verdeeld over het aantal weken in de maand.

Hierbij streven wij ernaar om de NIBUD-normen aan te houden, voor een éénpersoons huishouden € 50,- per week te betalen en voor iedere persoon méér in het huishouden het te verhogen met € 15,- per week. Dus voor een (echt)paar met twee kinderen is het normaliter € 50,- plus 3 keer € 15,- = € 95,- budget per week. Van dat geld moet alles gekocht worden wat niet onder de voornoemde vaste lasten valt. Dus alle dagelijkse boodschappen En dat is vaak best moeilijk.

Voor cliënten in een instelling houden we € 25,- per week aan leefgeld als richtlijn aan (voor hun “natje en droogje”), want eten en drinken wordt natuurlijk door de instelling verzorgd.

Als het kan, dan betalen we wat meer leefgeld, maar er zijn ook situaties waar een kleiner bedrag aan leefgeld wordt uitgekeerd, helaas. Wij zijn natuurlijk afhankelijk van wat u aan inkomsten ontvangt en welke noodzakelijke kosten betaald moeten worden. Dat kunnen we verder niet mooier maken.

Veel mensen denken dat zij recht hebben op leefgeld of dat wij (wettelijk) verplicht zijn om leefgeld te betalen. Dat is dus absoluut niet zo. Als het kan, dan zullen we het altijd betalen, maar als er onvoldoende geld overblijft, dan moeten we het beperken of zelfs in zijn geheel inhouden.

Tot slot, als we gezamenlijk zover komen dat er een schuldsanering kan worden gestart, dan wordt er een VTLB (Vrij Te Laten Bedrag) berekend. Voor de vtlb zijn hele strakke en duidelijke normen opgesteld (de vtlb-calculator) die door alle rechtbanken worden gehan-teerd. Aan de hand daarvan moeten we het leefgeld berekenen tijdens de schuldsanering.